Werkmethode C.V.P. en G.G.D.

A. Onderzoek van de aanvraag

 1. Ontvankelijkheid

Vanaf ontvangst van de aanvraag, onderzoekt de Pensioendienst voor de Overheidssector of de aanvraag in aanmerking kan worden genomen.

Dit gebeurt o.m. door het sturen van een vragenlijst naar de aanvrager teneinde meer informatie te krijgen.

De ingevulde vragenlijst moet worden teruggezonden en vergezeld zijn van verklaringen die (alleen of samen met andere documenten) bewijzen dat het aangevoerde schadelijk feit zich heeft voorgedaan gedurende en door de dienst en de oorzaak is van de lichamelijke schade. De aanvrager heeft immers de bewijslast. Dit bewijs kan door alle middelen geleverd worden (getuigen, vermoedens, …).

Voorbeelden

  • verklaringen van personen die getuige waren van het schadelijk feit. Als bij het ongevallendossier, opgemaakt door de hiërarchische oversten, één of meerdere getuigenverklaringen werden gevoegd, moet de aanvrager deze niet opnieuw opsturen omdat de PDOS een kopie van het ongevallendossier opvraagt;
  • indien er geen getuigenverklaringen zijn, verklaringen van personen die, hoewel ze geen getuige waren van het schadelijk feit, vaststellingen hebben gedaan in verband met de gevolgen ervan, onmiddellijk na het schadelijk feit;
  • verklaringen van oversten, die bevestigen dat de aangevoerde schadelijke feiten zich hebben voorgedaan gedurende en door de dienst (indien geen ongevallendossier werd opgemaakt);
  • processen-verbaal;
  • medische attesten, waaruit de onmiddellijke verzorging van het letsel blijkt (met vermelding van de datum en het uur van de verzorging);
  • bewijzen van hospitalisatie en medische verzorging.

Indien deze documenten niet als bijlage bij de vragenlijst kunnen verzonden worden, dienen zij zo spoedig mogelijk gestuurd te worden naar:

Federale Pensioendienst (FDP) – Ambtenarenpensioenen Contact Center – Zuidertoren – 1060 BRUSSEL.

 2. Geneeskundige expertise

De aanvrager wordt onderworpen aan een geneeskundige expertise uitgevoerd door de Gerechtelijk Geneeskundige Dienst (GGD) van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Indien het recht op vergoeding niet vastgesteld schijnt, wordt de aanvraag rechtstreeks overgemaakt aan de commissie voor vergoedingspensioenen en vervolgens, indien er reden toe is, aan de GGD.

Er wordt op gewezen kennis te nemen van de nota JSP-S/P 5340 van 31 Jan 01 inzake de terugbetaling van de door de oproeping voor de GGD of voor de commissies voor vergoedingspensioenen aangerichte onkosten.

B. De Gerechtelijke-Geneeskundige  Dienst (GGD)

De GGD bestaat uit artsen-experten die gespecialiseerd zijn in de evaluatie van lichamelijke schade en van de gevolgen gerelateerd aan post-traumatische stress.

De artsen-experten van de GGD gebruiken de Officiële Belgische Schaal ter bepaling van de Graad van Invaliditeit (OBSI) om het invaliditeitspercentage te berekenen. De OBSI is opgesteld door onafhankelijke artsen en omvat zeer duidelijke en precieze omschrijvingen waardoor alle fysieke en psychische letsels, waaronder ook post-traumatische stress, mee in rekening genomen worden.

Als je aanvraag wordt aanvaard, kan de FPD aan de GGD vragen je te onderzoeken en een medisch advies te geven. Na het medisch onderzoek zullen zij hun gemotiveerd medisch advies overmaken aan de FPD. Mede op basis van hun advies neemt deze dienst een beslissing over het toe te kennen vergoeding.

1. OP MEDISCH ONDERZOEK BIJ DE GGD

Zij zullen je oproepen voor een medisch onderzoek bij een arts-expert van de GGD  in hun medisch centrum uit je regio.

De GGD probeert telkens een onderzoek voor je te plannen binnen de 3 maanden na ontvangst van de opdracht. Je wordt in ieder geval een maand op voorhand op de hoogte gebracht van de afspraak.

Nadat het medisch centrum je dossier heeft afgehandeld, wordt je dossier voor supervisie door de arts van de dienst Medische Kwaliteit van de GGD overgemaakt aan het hoofdbestuur.

Daarna wordt het gemotiveerd medisch advies verstuurd naar de Commissie voor vergoedingspensioenen van de Federale Pensioendienst (FPD). Je ontvangt een kopie per post. Het is de Commissie voor vergoedingspensioenen van de FPD die de uiteindelijke beslissing neemt.

2. BEROEPSPROCEDURE

Als je niet akkoord gaat met de beslissing van de FPD kan je bij hen beroep aantekenen. Zij kunnen de GGD dan vragen om je opnieuw op te roepen. Dit medisch onderzoek gebeurt niet door een arts-expert van de GGD  uit hun medisch centrum, maar je zal dan moeten verschijnen voor een zogenaamde medische beroepskamer.

De rest van de procedure is gelijkaardig met de reeds besproken procedure.

De Nederlandstalige beroepskamers bevinden zich in de medische centra van Gent en Leuven, de Franstalige in de medische centra van Brussel en Luik.

3. Enkele weetjes in verband met je verplaatsing voor je medisch onderzoek:

Als je de GGD tijdig laat weten dat je je per trein zal verplaatsen, kunnen zij zorgen voor een  reisvordering voor een rit met de NMBS.

Als je je niet of zeer moeilijk kan verplaatsen, zal de geneesheer-expert van de GGD je thuis of in de instelling waar je verblijft, onderzoeken. Daarvoor moet je wel een aanvraag indienen bij het medisch centrum waar je werd uitgenodigd. Je aanvraag moet gestaafd zijn door een medisch attest van je behandelend arts.

Als de geneesheer-expert van de GGD beroep doet op een externe specialist en je niet gedomicilieerd bent in dezelfde stad als het kabinet van deze geneesheer-specialist, krijg je hiervoor een reisvordering.

C. De commissie voor vergoedingspensioenen

(1) Samenstelling van een commissie voor vergoedingspensioenen:

(a) een voorzitter of een ondervoorzitter, magistraat bij een rechtbank van eerste aanleg of bij een arbeidsrechtbank;

(b) een vertegenwoordiger van de Staat, lid van de Pensioendienst voor de Overheidssector;

(c) een officier van het actief kader;

(d) een Invalide van VredesTijd (I.V.T.).

Buiten de voormelde personen is de commissaris-verslaggever eveneens aanwezig die het dossier onderzocht heeft, alsook eventueel een geneesheer met raadgevende bevoegdheid, gekozen door de Minister tot wiens bevoegdheid de vergoedingspensioenen behoren. Deze geneesheer mag zijn functie niet cumuleren met die van geneesheer-expert bij de GGD. Een griffier tekent de verklaringen op van de comparanten en gebeurlijk van de getuigen.

(2) Werking van een kamer van de commissies voor VergoedingsPensioenen:

De aanvraag voor een vergoedingspensioen en het verslag van het geneeskundig onderzoek opgemaakt door de GGD worden gestuurd naar de secretaris van de bevoegde commissie. De secretaris is ermee belast de dossiers aan te vullen in overeenstemming met de instructies van de voorzitter. De voorzitter verdeelt de dossiers onder de commissarissen-verslaggevers, die het dossier bestuderen. Zij stellen een met redenen omkleed advies op, waarin zij de gegevens van het dossier, de gebeurlijke tegenstrijdigheden en alle andere overwegingen doen uitkomen. Vervolgens doen zij de zaak door de secretaris op de rol inschrijven.

D. Procedure voor de commissie voor vergoedingspensioenen

(1) Indien de commissaris-verslaggever besluit tot het toekennen van het aangevraagd pensioen, wordt onmiddellijk uitspraak gedaan zonder dat de belanghebbende wordt opgeroepen, tenzij de commissie diens aanwezigheid als onontbeerlijk beschouwt.

(2) Indien de commissaris-verslaggever echter besluit tot gehele of gedeeltelijke verwerping van de aanvraag (bijvoorbeeld: onvoldoende invaliditeitsgraad, vreemde factoren, …), wordt de belanghebbende verzocht te verschijnen binnen een termijn die niet minder mag bedragen dan een maand, te rekenen van de dag waarop de oproepingsbrief is verzonden. De secretaris zendt tezelfdertijd aan de aanvrager een afschrift van het advies van de commissaris-verslaggever.

Gedurende deze termijn kan de aanvrager op het secretariaat inzage van zijn dossier bekomen op de dagen en uren door de voorzitter vastgesteld. Hij mag er nieuwe documenten bijvoegen. Op de gestelde datum beslist de commissie, na de belanghebbende gehoord te hebben.

De aanvrager krijgt kennis van de datum waarop de commissie definitief uitspraak zal doen en van zijn recht om er gehoord te worden.

De griffier maakt proces-verbaal op van het verhoor. Na lezing wordt dit proces-verbaal door de voorzitter, de griffier en de aanvrager ondertekend.

De commissie roept de getuigen op en ondervraagt ze. Behalve wanneer hem bevel is gegeven om persoonlijk te verschijnen, mag de aanvrager in de persoon van een gemachtigde verschijnen. In deze hoedanigheid worden alleen toegelaten de advocaten en de personen die voor iedere zaak in het bijzonder door de voorzitter van de kamer worden aanvaard. De gemachtigde die geen advocaat is, moet houder zijn van een volmacht. De aanvrager mag zich bij zijn verschijning ook laten bijstaan onder dezelfde voorwaarden als hiervoor vermeld.

De aanvrager die zonder door de commissie geldig bevonden reden niet ter zitting verschijnt om gehoord te worden en die niet uitdrukkelijk zijn voornemen te kennen geeft om niet te verschijnen of om zich niet te laten vertegenwoordigen, ontvangt een bij een ter post aangetekende nieuwe oproeping met ontvangstbewijs. Op de in deze oproeping gestelde dag doet de commissie uitspraak en neemt zij, in voorkomend geval, akte van de niet-verschijning van de belanghebbende.

De opgeroepen aanvrager die in de lichamelijke onmogelijkheid verkeert zich te begeven naar de plaats om te verschijnen, moet dit door een geneeskundig attest laten vaststellen. In dat geval kan de voorzitter een lid van de commissie gelasten de aanvrager ter plaatse te horen.

(3) De beslissing van de commissie wordt aangevuld met een bijzonder verslag dat omstandig en in klare bewoordingen de redenen der beslissing aangeeft. Dit verslag maakt integraal deel uit van de beslissing. Elke beslissing wordt de belanghebbende bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht. Deze kennisgeving behelst opgave van de termijnen en de vormen van verhaal.

(4) Er moet echter vermeld worden dat de commissies gehouden zijn hun beslissingen zo te motiveren dat kan worden nagegaan of de vereisten, die de wet aan de toekenning van het pensioen verbindt, vervuld zijn.

E. De commissie doet onder meer uitspraak over de volgende punten:

(1) de hoedanigheid van rechthebbende;

(2) de conclusies welke dienen getrokken te worden uit de gegevens inzake bewijs van oorsprong verstrekt voor elke kwetsuur, gebrekkigheid of ziekte die betrokkene doet gelden;

(3) de aanrekenbaarheid op grond van vermoedens;

(4) de totale graad van invaliditeit die moet worden toegekend;

(5) de datum waarop het pensioen ingaat;

(6) de eventuele onwaardigheid van de rechthebbende-aanvrager.